SEO NAME
Naar een stedelijke economie

Reconnectie van L28

DETAILS

Site Birmingham-DemetzL28, Brussel
I.s.m.
Sophie De Mulder (Ruimte Vlaanderen) & Koos Fransen (PhD UGent)

KORT

Lijn 28 is de spoorlijn die het station van Schaarbek en Brussel-Zuid met elkaar verbindt. Ze heeft een totale lengte van net geen 9km en vormt een westelijk ringspoor rond de stad Brussel Tot dusver bestaat lijn 28 uit een minimaal aanbod tot zelfs geen economische activiteiten. De vraagstelling dat hieruit is verder gegroeid luiden dan ook als volgt: Welke economische structuren zijn terug te vinden op metropolische schaal? Welke economische knooppunten (centra) kunnen er binnen de wijk van lijn 28 ontwikkeld worden om zo de wijk van economische groei te voorzien en opnieuw te verbinden met het stadsweefsel. Hiervoor worden zaken als demografie, handel, economie, groen ontwikkeling en industrie geanalyseerd.

Socio-demografische context
Brussel heeft momenteel ook te kampen met een hoge werkloosheidsgraad van 20,6% (maart 2010). Het gebied rond lijn 28 lijkt te worden bevolkt door de sociaal en economischere zwakkere groepen: jonge gezinnen, mensen met lage kwalificaties en hoge werkloosheidscijfers. Deze situatie pleit voor een gediversifieerde economie: het stimuleren van het opstarten van kleine bedrijven of het scheppen van banen die lage kwalificaties vereist, kan deze sociale mobiliteit verbeteren.
De spinstructuur
De handel is het meest geconcentreerd in de historische kern, en groeit via de historische steenwegen naar andere steden. Dat er langs de historische assen handelsactiviteit kwam, klinkt logisch: langs de steenwegen is er steeds beweging uit en naar de stad, wat een ideale plek is om handel te drijven.
Kantoorpolen
Het areaal aan kantoren in Brussel wordt gekenmerkt door enkele grotere polen, zoals de Manhattanwijk (Noordwijk), de Europawijk en de in de Rand gelegen pool Zone Luchthaven (Machelen- Zaventem). Naast deze grote polen die voornamelijk historisch gegroeid zijn binnen het verhaal van Brussel grootstad, hoofdstad van België en van Europa, zijn ook kleinere kantoorpolen rond bereikbare knooppunten terug te vinden. Voorbeelden hiervan zijn de kantoorontwikkelingen rond de verschillende stations (Centraal, Zuid).
Gelijke spreidingsratio?
Hoewel de diensten en recreatiemogelijkheden goed verspreid zijn over het volledige grondgebied, tonen kaarten en studies aan dat er in gegoede wijken meer diensten, open ruimte en recreatie aanwezig zijn dan in armere wijken. De westzijde van Brussel, die armer is en waar ook lijn 28 gelegen is, lijkt dan ook minder diensten en open ruimte te bevatten. De afwezigheid van diensten in het dense stedelijke weefsel rond lijn 28 hangt samen met een tekort aan planning en planmatige ingrepen.
Verstedelijking vs. industrie
Zware industrie vergt veel plaats, brengt veel verkeer met zich mee en is op die manier vaak moeilijk te koppelen aan een stedelijke ontwikkeling. De vraag is hoe de ontwikkeling van een kleine industrie die zich sterker kan richten op de stedelijke noden, hierop kan inspelen. Ondanks het feit dat deze sector de laatste decennia veel terrein verloren heeft, hebben de Brusselse productieactiviteiten een ruimtebeslag van meer dan 4,5 miljoen m² aan gebouwen, waarvan ongeveer 700.000 m² leeg zou staan. Een interessante piste hierin is de combinatie tussen nijverheid en woonweefsel, waarbij woningen ontwikkeld worden en in gebieden voor economische activiteiten.
Multinodaal netwerk
Uit voorafgaande analyse kunnen belangrijke polen van activiteit gedestilleerd worden, zowel op vlak van handel en industrie als op vlak van kantoren en voorzieningen/ diensten. Sommige van deze polen bevinden zich al op kruispunten. Het is de bedoeling om die kernen verder uit te bouwen tot gespecialiseerde centra, waarbij lijn 28 een nieuwe verbindende rol toegeschreven krijgt. De verbindingsfunctie van lijn 28 zorgt voor een onderlinge en wederzijdse versterking van de diverse gespecialiseerde centra (of het nu kantoren, logistiek/industrie of handelsapparaat is).
Birmingham-Demetz
De transformatie van deze andersoortige ruimten betreft een procesmatige aanpak waarbij via acupuncturele interventies de ruimte wordt gerevaloriseerd tot meer stedelijke functies. Door zowel op het gebouwde als onbebouwde niveau gepaste te zoeken naar schakels tussen het individuele en collectieve wordt het mogelijk industrie te combineren met een meer publiek & stedelijk karakter. Wel wordt resoluut gekozen voor industrie met nevenfuncties; wanneer deze balans omslaat worden dergelijke gebieden al te snel omgevormd tot woonprojecten. Om dergelijke transformatie te bekomen is het opsporen van de actoren, diens wensen en potentieel voor de site van essentieel belang. Deze werden overigens ingebakken in de krijtlijnen van de visievorming waardoor het voorgestelde plan eerder een visualisatie is van verschillende intenties in plaats van een masterplan; kortom de eerste stap van een transformatieproces.
Conclusie
Uit deze oefening besluiten we dat een uitgebreide aanpak van de economie een wederzijdse versterking mogelijk maakt tussen de verschillende soorten economische activiteiten. Het genereert heel wat mogelijkheden om nieuwe vormen van stedelijkheden te ontwerpen waarbij de aandacht wordt gelegd op de sociaaleconomische zwakkere bevolkingsgroepen. Daarom stellen wij volgende initiatieven voor: investeringen in het onderwijs, het creëren van polyvalente ruimtes voor start-ups en het stimuleren van lokaal ondernemerschap. Deze maatregelen zorgen voor een verbeterde sociale mobiliteit die de omgeving rond spoorlijn 28 weer tot een economisch levende verbinding kan brengen. Om te voorkomen dat de spoorlijn opnieuw een harde grens gaat vormen is het belangrijk om niet alle economische activiteiten vlak aan de lijn zelf te leggen, maar om dit meer gespreid te plannen. Door deze activiteiten tegelijk stad inwaarts te plannen kan de omgeving zich ook opnieuw verbinden met het stedelijk weefsel.